Mijn brief aan de minister over Afrikaanse jongeren

Beste minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking,

Afrikaanse jongeren dienen begeleid en niet tegengehouden te worden.

Met veel bravoure heeft u in de Volkskrant van 26 mei j.l. beweerd dat wij het probleem van bootvluchtelingen kunnen oplossen door geld te investeren in Noord-Afrika. Door 50 miljoen euro te investeren in Nederlandse MKB’s die in Noord-Afrika willen investeren stelde u pretentieus dat daarmee duizenden Afrikaanse levens in de Middellandse Zee gespaard kunnen worden.

Dezelfde pretentieuze houding lijkt u twee maanden later weer te hebben door samen met uw Duitse en Franse collega’s te stellen dat u met  500 miljoen Euro van de Europese commissie, duizenden Afrikaanse jongeren ‘toekomstperspectieven’ in hun landen van herkomst kunt bieden, zodat ze niet meer naar Europa hoeven. Dit terwijl het Afrikaanse continent jaarlijks 60 miljard dollar mist alleen al aan illegale geldstroom die buiten het continent om gaat.

We hebben te maken met een crisis met duizenden jongeren die door het restrictieve migratiebeleid van Europa gedwongen worden om gevaarlijke padden te kiezen en hun leven te riskeren. U kiest er voor om het daar niet over te hebben en met een potje uzelf als een goede Samaritaan te manifesteren voor de ‘wanhopige’ en ‘vluchtige’ Afrikaanse jongeren. We hebben te maken met een generatie van Afrikaanse jongeren die veiligheid zoeken en graag vooruit willen. U maakt ons wijs dat wij deze jongeren kunnen/moeten tegenhouden, met een bedrag dat lager is dan de jaarlijkse begroting van de Universiteit van Amsterdam.

Beste minister, uw aannames dat Afrikaanse jongeren tegengehouden kunnen worden is fout. Migratiedeskundigen zoals Hein de Haas geven het al aan: economisch voorspoed houdt mensen niet in hun land vast. Het bevordert juist mobiliteit. Daarnaast is het niet fraai dat u als minister nu pleit voor een systeem dat jongeren buiten fort Europa moet houden. U sluit hierdoor uw ogen voor het feit dat Europa Afrikaanse jongeren hun recht om zich te bewegen en te ontplooien ontneemt, door haar rigide migratiebeleid.

Economen zoals Philippe Legrain geven al aan dat het open stellen van grenzen juist economisch voorspoed in Europa zal bevorderen. Wanneer wij Afrikaanse jongeren een veilige haven bieden kunnen zij de goedkope arbeid die wij naar Afrika brengen hier uitvoeren, waardoor wij transportkosten besparen. Hierdoor zal hun potentie hier optimaal gebruikt worden en kunnen zij zelf het geld dat zij verdienen naar hun land van herkomst sturen. De Afrikaanse diaspora stuurt nu al meer geld naar Afrika dan elke vorm van bilaterale hulp bij elkaar.

In deze tijd van crisis kunnen wij niet verder met symbolische verhalen, want u voorstel is niets meer dan symbolisch. In de tijd van crisis kunnen wij niet verder met open deuren. Ik schrijf u deze brief omdat u in uw analyse ook blind bent voor de realiteit. Een realiteit waarin Europese landen samen miljarden investeren in het dicht gooien van hun grenzen in plaats van hun migratiebeleid te moderniseren en Afrikaanse jongeren te begeleiden om hun talenten hier in te zetten in plaats van die te verstrooien in de Middellandse zee.

Beste minister,

Ik schrijf u deze brief omdat u niet wil ingaan op het systeem dat Afrikaanse jongeren dwingt om op de Middellandse Zee met de duivel te dansen. Een duivel die wij mede gecreëerd hebben door een gemondialiseerde wereld waar wij als Noorden onbeperkt de wereld kunnen ontdekken maar anderen legale wegen om fort Europa binnen te treden weigeren. Kunt u zinnig uitleggen waarom ik als Nederlander naar meer dan 172 landen kan zonder restricties terwijl een Soedanees maar naar 32 landen kan? Wij zien Afrikanen als ongewenst en gevaarlijk, daarom nemen zij illegale wegen naar het paradijselijke Europa.

Er moet inderdaad worden gewerkt aan eerlijke kansen voor Afrikaanse jongeren, zoals u dat zelf zegt minister. Dit kan echter niet door 500 miljoen euro cadeau te geven aan Europese of Afrikaanse MKB’s. Laten we ook ophouden met schijnhulp. Want, wie helpt wie wanneer blijkt dat er meer kapitaal uit het Afrikaanse continent gaat dan andersom? Daarnaast weet u als minister dat Afrikaanse landen meer kapitaal kunnen genereren door bijvoorbeeld belastingontwijking tegen te gaan, daarom heeft u zelf dit jaar met tientallen Afrikaanse landen al verdragen gesloten om belastingontwijking via Nederland tegen te gaan.

Ik kan niet anders dan u uitnodigen om een waarachtige discussie met mij te voeren. U en ik, twee stoelen, met of zonder gespreksleider, alle feiten op tafel en ieder punt op de agenda. Het mag op televisie of in een debatcentrum zijn. Het mag op u ministerie zijn, het mag op het evenement zoals Afrikadag, het mag zelfs bij u of bij mij thuis zijn. Bent u bereid om op mijn verzoek in te gaan? Ik beloof dat ik mij goed zal voorbereiden op het gesprek.

Waarom ik de minister heb uitgedaagd om met mij te debatteren over Afrikaanse jongeren

Het gebeurt vaak dat politici prachtige worden gebruiken en er mee weg komen zonder dat iemand er kritisch naar kijkt. Minister Lilianne Ploumen van Buitenlandse handel en Ontwikkelingssamenwerking probeert al enig tijd ons te overtuigen dat wij het probleem van bootmigranten kunnen oplossen door 50 tot 500 miljoen euro in de Noord-Afrikaanse economie te investeren (De 50 miljoen doneert de minister aan Nederlandse MKB’s die in Noord-Afrika willen opereren, de 500 miljoen euro moet via de Europese commissie naar de private sector in Afrika worden geïnvesteerd).

Het is pretentieus dat de minister dit zegt. Het continent dat een miljard mensen telt heeft natuurlijk niets aan 500 miljoen euro uit Europa, dat geeft de minister zelf toe. Wij weten ook dat het Afrikaanse continent jaarlijks 60 miljard dollar alleen al verliest aan illegaal geldstroom dat buiten het continent om gaat. Daarnaast stuurt het Afrikaanse continent meer geld naar Europa dan andersom. Wees dus kritisch wanneer de minister beweert dat zij Afrikaanse jongeren gaat helpen met een potje van 500 miljoen euro uit de Europese commissie, een bedrag dat lager is dan de Universiteit van Amsterdam, waar ik studeer.

Daarnaast is de aanname van de minister dat positieve economische ontwikkeling tot minder emigratie leidt compleet fout. Professor Hein de Haas legt dat op zijn blog aan de hand van beschikbare data, en verklaart tegen oneworld.nl “Ontwikkeling in armste landen geeft mensen de middelen en verhoogt ambities en zal daardoor onvermijdelijk tot veel meer lange-afstandsmigratie leiden.”

Wie verder kijkt dan symboliek komt er achter dat het voorstel van de minister een antwoord is op een afrobobe retoriek in de publieke opinie. Afrikaanse migranten worden als ongewenst en gevaarlijk gezien. Dat zien we niet alleen in de publieke opinie, we zien het terug in het strenge Europese migratiebeleid dat jonge Afrikanen weigert om Europa binnen te komen. Is het niet verwonderlijk dat ik als Nederlander naar 172 landen toe kan zonder enkele restructie terwijl een Soedanees maar naar 32 landen mag?

Dat duizenden Afrikaanse jongeren hierdoor mensensmokkelaars omarmen, gaat de minister niet op in. Zij kiest er voor om met een prachtige retoriek ons te vertellen dat het beter is dat Afrikaanse jongeren in het continent blijven, voor het goed.  Omdat het ‘Paradijs dat zij in Europa zoeken niet bestaat’, verklaarde zij in de Volkskrant van 26 mei j.l.

Lekker makkelijk. Mobiliteit is een intrinsiek mensenrechten, moeten Afrikaanse jongeren diegenen zijn die gewoon op een plek moeten blijven. Waarom vertelt de minister niet dat het open gooien van grenzen juist economische voorspoed voor zowel Europa als Afrika levert? Wie rechtvaardigheid wilt en Afrikanen wil helpen, moet dus het ook durven hebben over een systeem die Europa voordelen geeft en Afrika nadelen toe kent.

Ik heb besloten om de minister een brief te schrijven en haar uit te nodigen om mij in debat te gaan. “Ik knaagt heel diep en ik kan niet anders dan u uitnodigen om een waarachtige discussie met mij te voeren. U en ik, twee stoelen, met of zonder gespreksleider, alle feiten op tafel en ieder punt op de agenda. Het mag op televisie of in een debatcentrum zijn. Het mag op u ministerie zijn, het mag op het evenement zoals Afrikadag, het mag zelfs bij u of bij mij thuis zijn. Bent u bereid om op mijn verzoek in te gaan? Ik beloof dat ik mij goed zal voorbereiden op het gesprek.”

De openbrief die ik naar de minister heb geschreven wordt volgende week via deze blog en andere blogs gepubliceerd, of in een landelijk krant. Ik heb de brief inmiddels naar de minister zelf gestuurd.
Hou deze blog in de gaten voor het antwoord van de minister zelf en om er achter te komen hoe dit gaat aflopen.


Dit filmpje legt uit dat niemand Afrika helpt, omdat er meer geld uit het Afrikaanse continent gaat dan er binnen komt. De 500 miljoen euro van de Europese comissie is dus symbolisch en minachtend tegen het contient van een miljard inwoners.

Source photo: Facebook Page Minister Lialianne Ploumen

Afrika, het verloren continent

Als ambassadeur van de Afrikaanse Renaissance in Nederland lijkt het mij verstandig om mijn notie van vrijheid vanuit een kritisch perspectief te belichten. Wees gewaarschuwd, want het continent dat iedereen ‘opkomend’ noemt, wordt gekenmerkt door dubbelzinnigheid.

Het was op een zaterdag  in november 2012. Ik was net gekozen tot bestuurslid van het CDJA, de jongerenorganisatie van het CDA. Met vreugde en trots koesterde ik mijn overwinning. Blij en trots omdat ik nog maar zes jaar in Nederland woonde en het mij was gelukt om in mijn nieuwe land te integreren, dat ik zelfs bestuurslid werd van een politieke jongerenorganisatie.

Een paar minuten na mijn overwinning keek ik op mijn telefoon. Ik wist niet wat mij te wachten stond. De stad Goma in mijn geboorteland Congo was een puinhoop geworden. De rebellen hadden de stad ingenomen. Er vielen honderden doden. Het leek erop dat vrijheid een mythe was in dit land dat meer dan 5 miljoen doden heeft gekend als gevolg van een eerdere ‘burgeroorlog’.

Zeg het mij maar: kan ik vrijheid in Nederland vieren terwijl het land en het continent waar ik vandaan kom onder het juk van extreme krachten leeft? Ik schrijf dit artikel in het Nederlands omdat ik de kans heb gehad om Nederland mijn thuis te maken en dus de Nederlandse taal te leren. Ik studeer en werk in Nederland. Daarnaast ben ik maatschappelijk betrokken in Nederland.

Identiteitsvraagstuk
Mijn verhaal is niet uniek.  Duizenden Afrikaanse jongeren hebben ervoor gekozen in Nederland een leven op te bouwen. Dat gaat niet zonder enige moeite. In onze poging en strijd om ons in Nederland of het Westen te vestigen, worstelen wij enorm met het identiteitsvraagstuk. Zo worden wij op westerse universiteiten als vreemden gezien en is onze kans van slagen op de arbeidsmarkt empirisch gezien kleiner dan die van onze autochtone medeburgers. Ondanks onze diploma’s en titels.

Toch geven wij het niet op. Zo laat een recente studie zien dat de Afrikaanse jongeren de beste academische prestaties in de VS behalen onder migrantenstudenten. Een dergelijk onderzoek kennen wij niet in Nederland of Europa, maar in mijn omgeving zie ik dat Afrikaanse jongeren goed presteren en hun weg op de arbeidsmarkt vinden. Wij worden opgevoed met de houding dat de toekomst in onze handen ligt. Wij dienen de kansen die Nederland ons biedt met beide handen aan te grijpen, ondanks alle beperkingen.

Wij luisteren naar muziek uit Ivoorkust en gaan op conferenties en vakanties met vrienden in New York en Pretoria. Onze geliefden komen uit Oslo, Yaoundé of Paramaribo.

Door onze positieve houding komen wij met begrippen als ‘Afropolitan’. Daarmee willen wij laten zien dat wij Afrikaanse roots hebben, trots op Afrika zijn, maar ons ook wereldburgers voelen. ‘Hybridiseren’ is onze religie. Wij luisteren naar muziek uit Ivoorkust en gaan naar conferenties en op vakantie met vrienden in New York en Pretoria. Onze geliefden komen uit Oslo, Yaoundé of Paramaribo.

Ik organiseer sinds februari etentjes die ik ‘Afripolitan diners’ noem. Doel? Interessante mensen die Afrika een warme hart toedragen verbinden door middel van eten en inhoudelijke discussies. De recensies zijn lovend en ik ben meer dan trots. Trots omdat het mij lukt om mensen bij elkaar te brengen die allemaal in de positieve kracht van Afrika geloven. Zij zijn onderdeel van een Afrikaanse Renaissance.  Zij geloven net als ik dat het Afrikaanse continent dient aan te  zitten aan de tafel der beslissingen.

‘Afrika is niet zielig’
Een bevriend lid van die Afrikaanse Renaissance in Nederland en ik gaven vorige week een beschouwing voor het VPRO-programma Bureau Buitenland over democratische jongerenbewegingen in Afrika. Deze vriend Bouba Koné verklaarde voor de microfoon van de VPRO: ‘Ik kan met trots zeggen, ik ben Afrikaan.’ Deze opmerking van Bouba past heel goed bij het positieve afropolitan-discours onder veel Afrikaanse jongeren. ‘Afrika is niet zielig’ wordt ook wel eens gezegd.

Maar, achter deze positieve ‘afropolitan mindset’ schuilt een groot gevaar. Want, wat bedoelen we met ‘Africa is rising’  of ‘Africa on the move’? Gaat het om economische groei? Vermelden wij dan ook dat qua vermogen het Afrikaanse continent alleen maar armer wordt? Gaat het erom dat Afrika veel jongeren heeft? Benoemen wij dan ook het feit dat sommigen van deze jongeren coute que coute het continent willen verlaten op zoek naar een beter bestaan in Europa of de VS? Erkennen we dat we, ondanks onze liefde voor Afrika, uiteindelijk in Nederland carrière maken, belasting betalen en verliefd worden? Brain drain is een feit geworden.

Het is goed om positief te zijn over onszelf en over de toekomst van Afrika. Toch moet ik een punt maken dat ik afgelopen januari ook heb gemaakt bij het radio-programma Dichtbij Nederland, waar ik te gast was. Mij werd gevraag welk vraagstuk het Afrikaanse continent de komende jaren zal treffen. ‘Identiteitscrisis’ was mijn antwoord.  Enerzijds beweren we dat Afrika vrij en opkomend is, maar tegelijkertijd slaagt het continent er niet in echt onafhankelijk te worden.

Hunkeren naar westerse democratie
Jongeren in Afrika hunkeren naar de westerse vorm van democratie. Maar wat te denken van de xefonobe aanvallen van vele Zuid-Afrikanen tegen andere Afrikanen in april dit jaar of van het toenemend geweld tegen homo’s op het hele continent?

Afrikaanse jongeren in de diaspora hebben geen werkelijk thuis meer. Het gecreëerde afropolitaanse universum is een toevlucht geworden, omdat ze noch in Nederland noch op het Afrikaanse continent een thuis hebben. Terwijl deze Afrikaanse jongeren in de diaspora, ook in Nederland,  onder het mom van deze ‘Afropolitan mindset’ trots zijn dat zij wereldburger zijn, die zowel in Afrika als in Nederland hun thuis hebben, lijken zij blind voor vraagstukken zoals ‘land grabbing’ (landroof).

Uitgebreide data zoals die van The Land Matrix  laten zien dat internationale bedrijven en overheden miljoenen hectares aan grond op het Afrikaanse continent overnemen om de behoefte van de internationale markt te dienen en economische winst te genereren. De plaatselijke bevolking wordt vaak de dupe: ze moeten hun grond  verlaten, zoals door Oxfam in 2011 werd gedocumenteerd.

Je hebt Afrikaanse roots, je leidt jouw leven en doet je zaken in Nederland. De volgende keer dat je naar Afrika gaat kom je erachter dat het land van jouw opa in de handen is gevallen van een rijke investeerder uit Qatar, China of Zuid-Korea.

Terug in Nederland wordt je nog steeds gezien als een vreemdeling en zegt men tegen jou dat je niet volwaardig mag meepraten over burgerschap. Wat is mijn thuis als jongeren van de Congolese of Afrikaanse diaspora?

Verdrinken in de Middellandse Zee
Hoe kan ik nu van vrijheid  spreken? Moet ik vieren dat Nederland vrij van de oorlog is terwijl Boko Haram de inwoners van Noord-Nigeria terroriseert? Moet ik vieren dat ik vredig in Nederland studeer terwijl duizenden Afrikaanse migranten in de Middellandse Zee verdrinken?

Ik mag dan in Nederland geïntegreerd zijn en op de universiteit studeren. Ik mag mij in heel hoge kringen begeven of een carrière bij Heineken of Shell beginnen. Ik vraag mij oprecht af of wij onze ogen mogen sluiten voor de ellende in onze geboortelanden omdat we liever positief en afropolitan zijn.

Hoe positief we ook willen of mogen zijn, Afrika verdient een veel genuanceerder benadering dan eenzijdige positieve analyses. Vanuit een kritisch perspectief als ambassadeur van de Afrikaanse Renaissance in Nederland kies ik ervoor om vandaag geen vrijheid te vieren maar te bidden voor het verloren continent dat sommigen ‘opkomend’ noemen. Ik hoop dat iedereen mijn gebed begrijpt. Maar, wie is bereid om met mij dit gebed te doen?

Dit stuk is eerder gepubliceerd op de website van African Young Professional Network en  De Volkskrant, Afrikablog.

Souce photo: Facebook page Wizkid

The wrong homophobisation of Africa.

Of course Barack Obama is right on gay rights.

To you Africans who are being apologetic to your ‘culture’ that was actually imported to your continent by your colonial masters. I am sick of your blogs, Facebook- and twitter posts where are  shamelessly defending the anti-gay laws in African countries.

I would like to remind you that Marcus Garvey was right when he pointed ‘A people without the knowledge of their past history, origin and culture is like a tree without roots.’.

When you say that homophobia is an African phenomenon, know that the history is crying for your ignorance. Because, once we dare to question the implications of imported religions and their doctrines  to Africa, once we dare to question colonial laws that once illegalized and criminalised African people (anti-gay laws), then we will start having a mature conversation.

Of Couse Barack Obama is right, although it is strange that he as the POTUS is the one who is lecturing Africa.

For now and all, African must stop to listen to their western masters. When Obama comes to African on a summit about entrepreneurship, he will do his effort to tell African that there’s something wrong with their morality. While, when he goes to Russia or Saudi Arabia, silence become his best friend.

Where comes the feeling to always play a moral high ground when it comes to African?

It is up to Africans to define their own history. No African needs a POTUS to tell them that homophobia is wrong, because we know very well that homosexuality has always been part of Africa, as scientist Murrey and Roscoe documented in their study ‘Boy-Wives and female husbands -Study in African homosexuality’.

It is up to Africans to define their present in order to write a new history. Let us make Patrice Lumumba pride for his work, for he once said: ‘Africa will write its own history and in both north and south it will be a history of glory and dignity.’

Are you ready for this history?

Source Photo: Facbeook Page Uhuru Kenyatta