Gelabeld positief

Dankbrief van een voormalige vluchteling

Ik woon acht jaar in Nederland en in die acht jaar heb ik veel barmhartige Nederlanders ontmoet. Zo heb ik een docent ‘Nederlands als tweede taal’ gehad die in mij geloofde. Mevrouw van Schaik deed er alles aan om mij naar het VWO te sturen ondanks mijn taalbeperking. Ze geloofde dat ik mij daar op mijn gemak zou voelen. Zo motiveerde zij mij om kwaliteitskranten te lezen en om naar Radio 1 te luisteren. Zij zag kansen en mogelijkheden in mij. Zij zag mijn levenslust

In de afgelopen acht jaar heb ik veel Mevrouw van Schaiken ontmoet. Zwijgende Nederlanders die met een positieve houding naar migranten kijken. Nederlanders die verbinding maken met nieuwkomers en deze begeleiden om hun weg te vinden in Nederland.

Zoals In 2012, toen ik vijf jaar in Nederland woonde, ben ik bestuurslid geworden bij een politieke jongerenorganisatie. Het is belangrijk om te vertellen dat ik sinds 2010 een actieve lid van deze club ben. De leden van deze politieke jongerenorganisatie geloofden in mij en gaven mij de ruimte om mijn talenten te ontwikkelen. Ondanks mijn exotische karakter keken ze mij niet met achterdocht aan. Dat kon alleen omdat ze een mens in mij zagen. Ze hadden het vertrouwen dat ik van meerwaarde was ondanks het feit dat ik een vluchteling ben.

Ondanks het feit dat ik acht jaar in Nederland woon, ben ik een blogger verbonden aan oneworld.nl en de Afrikablog van de Volkskrant. Ik ben wekelijks bij de prestigieuze Keizersgracht omdat ik het kantoor van de organisatie waar ik stage loop zich daar bevindt. Ook schrijf ik op dit moment teksten voor een gerespecteerde Nederlandse televisieprogramma. Daarnaast publiceer wel eens in kwaliteitskranten. Dit gebeurt allemaal omdat er mensen in Nederland zijn die in mij geloven. Mensen die mij kansen gunnen. Ik noem ze barmhartige Nederlanders.

De heftige discussies over migranten doen ons soms vergeten dat medemenselijkheid nog steeds in Nederland bestaat. Er wordt gefixeerd op negatieve uitspraken op sociale media bijvoorbeeld. Wat wij niet te zien zijn kleine gebaren van Nederlanders die op een positieve manier het verschil maken in het leven van veel vluchtelingen.

Net als ik, zijn er duizenden anderen vluchtelingen die hun weg in Nederland hebben gevonden. Ze doen goede studies, ze werken hier en ze zijn hier maatschappelijk betrokken. Dit kan allemaal omdat er barmhartige Nederlanders zijn die hen als mensen hebben omarmd. Nederlanders die achter de schermen liefde en medemenselijkheid tonen maar nooit de voorpagina van de Telegraaf zullen behalen bijvoorbeeld.

Beste mevrouw van Schaik. Beste politieke jongerenorganisatie. Beste werkgever en goede Nederlandse vrienden. Beste barmhartige Nederlander. Mocht je deze brief aan het lezen zijn: Bedankt. Bedankt dat je het vertrouwen had dat ik ondanks mijn beperkingen een nieuwe leven kon opbouwen in Nederland. Bedankt dat je geloofde en nog steeds gelooft dat ik van meerwaarde kan zijn voor de Nederlandse samenleving. Bedankt dat je mijn verborgen talenten zag en nog steeds ziet. Bedankt dat je mij niet als zielig beschouwde maar als iemand vol passie en levenslust die slechts vertrouwen en begeleiding nodig had. Bedankt dat je een mens in mij zag.

Ook namens alle andere voormalige asielzoekers die niet altijd even de juiste woorden vinden om hun dankbaarheid te uitten: bedankt. Door te veel negativiteit ontstaat er weinig ruimte om dankbaarheid te tonen. Het kan daarom geen kwaad om vandaag kenbaar te maken dat er Nederlanders bestaan die met een positieve houding naar anderen kijken, in het bijzonder naar vluchtelingen. Mocht je een van die Nederlanders zijn: Bedankt voor alles.


Bron Foto: Alphonse Muambi

Afrika, het verloren continent

Als ambassadeur van de Afrikaanse Renaissance in Nederland lijkt het mij verstandig om mijn notie van vrijheid vanuit een kritisch perspectief te belichten. Wees gewaarschuwd, want het continent dat iedereen ‘opkomend’ noemt, wordt gekenmerkt door dubbelzinnigheid.

Het was op een zaterdag  in november 2012. Ik was net gekozen tot bestuurslid van het CDJA, de jongerenorganisatie van het CDA. Met vreugde en trots koesterde ik mijn overwinning. Blij en trots omdat ik nog maar zes jaar in Nederland woonde en het mij was gelukt om in mijn nieuwe land te integreren, dat ik zelfs bestuurslid werd van een politieke jongerenorganisatie.

Een paar minuten na mijn overwinning keek ik op mijn telefoon. Ik wist niet wat mij te wachten stond. De stad Goma in mijn geboorteland Congo was een puinhoop geworden. De rebellen hadden de stad ingenomen. Er vielen honderden doden. Het leek erop dat vrijheid een mythe was in dit land dat meer dan 5 miljoen doden heeft gekend als gevolg van een eerdere ‘burgeroorlog’.

Zeg het mij maar: kan ik vrijheid in Nederland vieren terwijl het land en het continent waar ik vandaan kom onder het juk van extreme krachten leeft? Ik schrijf dit artikel in het Nederlands omdat ik de kans heb gehad om Nederland mijn thuis te maken en dus de Nederlandse taal te leren. Ik studeer en werk in Nederland. Daarnaast ben ik maatschappelijk betrokken in Nederland.

Identiteitsvraagstuk
Mijn verhaal is niet uniek.  Duizenden Afrikaanse jongeren hebben ervoor gekozen in Nederland een leven op te bouwen. Dat gaat niet zonder enige moeite. In onze poging en strijd om ons in Nederland of het Westen te vestigen, worstelen wij enorm met het identiteitsvraagstuk. Zo worden wij op westerse universiteiten als vreemden gezien en is onze kans van slagen op de arbeidsmarkt empirisch gezien kleiner dan die van onze autochtone medeburgers. Ondanks onze diploma’s en titels.

Toch geven wij het niet op. Zo laat een recente studie zien dat de Afrikaanse jongeren de beste academische prestaties in de VS behalen onder migrantenstudenten. Een dergelijk onderzoek kennen wij niet in Nederland of Europa, maar in mijn omgeving zie ik dat Afrikaanse jongeren goed presteren en hun weg op de arbeidsmarkt vinden. Wij worden opgevoed met de houding dat de toekomst in onze handen ligt. Wij dienen de kansen die Nederland ons biedt met beide handen aan te grijpen, ondanks alle beperkingen.

Wij luisteren naar muziek uit Ivoorkust en gaan op conferenties en vakanties met vrienden in New York en Pretoria. Onze geliefden komen uit Oslo, Yaoundé of Paramaribo.

Door onze positieve houding komen wij met begrippen als ‘Afropolitan’. Daarmee willen wij laten zien dat wij Afrikaanse roots hebben, trots op Afrika zijn, maar ons ook wereldburgers voelen. ‘Hybridiseren’ is onze religie. Wij luisteren naar muziek uit Ivoorkust en gaan naar conferenties en op vakantie met vrienden in New York en Pretoria. Onze geliefden komen uit Oslo, Yaoundé of Paramaribo.

Ik organiseer sinds februari etentjes die ik ‘Afripolitan diners’ noem. Doel? Interessante mensen die Afrika een warme hart toedragen verbinden door middel van eten en inhoudelijke discussies. De recensies zijn lovend en ik ben meer dan trots. Trots omdat het mij lukt om mensen bij elkaar te brengen die allemaal in de positieve kracht van Afrika geloven. Zij zijn onderdeel van een Afrikaanse Renaissance.  Zij geloven net als ik dat het Afrikaanse continent dient aan te  zitten aan de tafel der beslissingen.

‘Afrika is niet zielig’
Een bevriend lid van die Afrikaanse Renaissance in Nederland en ik gaven vorige week een beschouwing voor het VPRO-programma Bureau Buitenland over democratische jongerenbewegingen in Afrika. Deze vriend Bouba Koné verklaarde voor de microfoon van de VPRO: ‘Ik kan met trots zeggen, ik ben Afrikaan.’ Deze opmerking van Bouba past heel goed bij het positieve afropolitan-discours onder veel Afrikaanse jongeren. ‘Afrika is niet zielig’ wordt ook wel eens gezegd.

Maar, achter deze positieve ‘afropolitan mindset’ schuilt een groot gevaar. Want, wat bedoelen we met ‘Africa is rising’  of ‘Africa on the move’? Gaat het om economische groei? Vermelden wij dan ook dat qua vermogen het Afrikaanse continent alleen maar armer wordt? Gaat het erom dat Afrika veel jongeren heeft? Benoemen wij dan ook het feit dat sommigen van deze jongeren coute que coute het continent willen verlaten op zoek naar een beter bestaan in Europa of de VS? Erkennen we dat we, ondanks onze liefde voor Afrika, uiteindelijk in Nederland carrière maken, belasting betalen en verliefd worden? Brain drain is een feit geworden.

Het is goed om positief te zijn over onszelf en over de toekomst van Afrika. Toch moet ik een punt maken dat ik afgelopen januari ook heb gemaakt bij het radio-programma Dichtbij Nederland, waar ik te gast was. Mij werd gevraag welk vraagstuk het Afrikaanse continent de komende jaren zal treffen. ‘Identiteitscrisis’ was mijn antwoord.  Enerzijds beweren we dat Afrika vrij en opkomend is, maar tegelijkertijd slaagt het continent er niet in echt onafhankelijk te worden.

Hunkeren naar westerse democratie
Jongeren in Afrika hunkeren naar de westerse vorm van democratie. Maar wat te denken van de xefonobe aanvallen van vele Zuid-Afrikanen tegen andere Afrikanen in april dit jaar of van het toenemend geweld tegen homo’s op het hele continent?

Afrikaanse jongeren in de diaspora hebben geen werkelijk thuis meer. Het gecreëerde afropolitaanse universum is een toevlucht geworden, omdat ze noch in Nederland noch op het Afrikaanse continent een thuis hebben. Terwijl deze Afrikaanse jongeren in de diaspora, ook in Nederland,  onder het mom van deze ‘Afropolitan mindset’ trots zijn dat zij wereldburger zijn, die zowel in Afrika als in Nederland hun thuis hebben, lijken zij blind voor vraagstukken zoals ‘land grabbing’ (landroof).

Uitgebreide data zoals die van The Land Matrix  laten zien dat internationale bedrijven en overheden miljoenen hectares aan grond op het Afrikaanse continent overnemen om de behoefte van de internationale markt te dienen en economische winst te genereren. De plaatselijke bevolking wordt vaak de dupe: ze moeten hun grond  verlaten, zoals door Oxfam in 2011 werd gedocumenteerd.

Je hebt Afrikaanse roots, je leidt jouw leven en doet je zaken in Nederland. De volgende keer dat je naar Afrika gaat kom je erachter dat het land van jouw opa in de handen is gevallen van een rijke investeerder uit Qatar, China of Zuid-Korea.

Terug in Nederland wordt je nog steeds gezien als een vreemdeling en zegt men tegen jou dat je niet volwaardig mag meepraten over burgerschap. Wat is mijn thuis als jongeren van de Congolese of Afrikaanse diaspora?

Verdrinken in de Middellandse Zee
Hoe kan ik nu van vrijheid  spreken? Moet ik vieren dat Nederland vrij van de oorlog is terwijl Boko Haram de inwoners van Noord-Nigeria terroriseert? Moet ik vieren dat ik vredig in Nederland studeer terwijl duizenden Afrikaanse migranten in de Middellandse Zee verdrinken?

Ik mag dan in Nederland geïntegreerd zijn en op de universiteit studeren. Ik mag mij in heel hoge kringen begeven of een carrière bij Heineken of Shell beginnen. Ik vraag mij oprecht af of wij onze ogen mogen sluiten voor de ellende in onze geboortelanden omdat we liever positief en afropolitan zijn.

Hoe positief we ook willen of mogen zijn, Afrika verdient een veel genuanceerder benadering dan eenzijdige positieve analyses. Vanuit een kritisch perspectief als ambassadeur van de Afrikaanse Renaissance in Nederland kies ik ervoor om vandaag geen vrijheid te vieren maar te bidden voor het verloren continent dat sommigen ‘opkomend’ noemen. Ik hoop dat iedereen mijn gebed begrijpt. Maar, wie is bereid om met mij dit gebed te doen?

Dit stuk is eerder gepubliceerd op de website van African Young Professional Network en  De Volkskrant, Afrikablog.

Souce photo: Facebook page Wizkid